1. wat is het verschil tussen een 4010 staafanker en een 2010/3010 staafanker?

Medio 2008 heeft DEMU haar staafankers aangepast. Het staafanker 2010/3010 is vervangen door het type 4010. Het type 4010 heeft een indraailengte (a maat) die voldoet aan de constructieve eisen voor doorkoppelen, bevestigen en hijsen. Bovendien is de 4010 niet oversized waardoor tijdwinst op de bouwplaats kan optreden bij het indraaien. 

 

De inschroeflengte van de 4010 staafankers ligt tussen de oude 2010 en 3010 in. De a-maat voldoet aan 1,5 maal de schroefdraaddiameter. Ook is de a-maat afgestemd op het hijsgereedschap. Natuurlijk blijft het systeem geschikt voor doorkoppelen.

 

Naast het type 4010 blijft voor roestvaststaal type 3010 (en met flensplaat 3016) bestaan en blijft type 2010 bestaan voor rond 40.

Per staafafmeting verschillen de inschroef lengten (a-maten) van deze staafankers per type staaf.

Hieronder staat een overzicht van deze inschroef lengten. 

 

2. Wat is de Inschroeflengte 4010 / 3010 (RVS) / 3016 / 2010 (Ø40)
  Tabel: a-maten

type staaf

Ø12/M16

Ø16/M20

Ø20/M24

Ø25/M30

Ø32/M42

Ø40/M48

4010 EV / TV

25

33

38

48

65

-

3010 A4-80

29

35

46

60

-

-

 3016 EV

29

35

46

-

-

-

2010 Ø40 EV

-

-

-

-

-

48

 

3. Waarom gebruikt DEMU RVS 316 Ti klasse 80 bussen bij de boutankers 1988 en staafankers 3010?

De sterkte van ankers wordt bepaald door de zwakste doorsnede.
In het verleden gebruikte DEMU, net als haar collega's, RVS 316 Ti bussen met een vloeispanning van 240 N/mm² (klasse 50). Door het gebruik van deze bussen op boutankers 1988 met bouten 8.8 (vloeispanning 640 N/mm²) en staafankers 3010 met betonstaal FeB 500 (vloeispanning 500 N/mm²) werd sterkte van deze ankers bepaald door de relatief “zwakke” bussen. In vergelijking met de verzinkte uitvoeringen van deze producten werd de maatgevende vloeibelasting fors gereduceerd.
Door het toepassen van speciale klasse 80 bussen (vloeispanning 640 N/mm²) wordt deze reductie voorkomen en is deze niet meer (alleen) de bepalende doorsnede.
Bij boutankers 1988 RVS 316 Ti klasse 80 zal staalbreuk (volgens de CUR 25) bijna nooit het maatgevende bezwijkmechanisme zijn.
Bij staafankers 3010 RVS 316 Ti klasse mag gerekend worden met de vloeispanning van het betonstaal (NEN 6720).

 

 4. Waarom wordt de bout van een boutanker niet behandeld tegen corrosie?

Een boutanker dient volledig te worden ingestort. Bij voldoende betondekking is het dus niet noodzakelijk de bout te behandelen (te vergelijken met betonstaal). De kopse kant van de boutsteel,welke zich in de geborgde bus bevindt,en de binnenzijde van de draadbus zijn ook niet behandeld. De bouten,die in de ankers worden gedraaid,moeten daarom elektrolytisch of thermisch verzinkt zijn. De zinklaag van deze bouten zal de kopse kant van de onbehandelde boutsteel en de onbehandelde binnenzijde van de draadbus beschermen. Zie ook galvanische corrosie!