betonschroefhulzen

Door de komst van de T-FIXX heeft DEMU haar assortioment van schroefhulzen kunnen reduceren. Hierdoor verdwijnt een aantal schroefhulzen. Lees hier meer over!

 

 

Uit de resultaten van de vele belastingsproeven welke DEMU in de loop der jaren op haar
betonschroefhulzen heeft laten uitvoeren blijkt, dat exacte belastingscijfers niet kunnen worden
vastgesteld. Onder meer de samenstelling, homogeniteit en ouderdom van het beton, dan ook de
belastingsomstandigheden zijn factoren welke van grote invloed zijn op de belastbaarheid.

 

Als uitgangspunt voor het vaststellen van de toelaatbare belastingen, zoals op deze site wordt aangegeven, zijn alle gegevens uit de diverse beproevingsrapporten samengevoegd en
daaruit gemiddelde waarden vastgesteld met eliminatie van de uitersten.

 

De toelaatbare belastingen voor de betonschroefhulzen gelden voor een zuivere normaal- of
afschuifbelasting
en geven een 4- tot 5-voudige zekerheid ten opzichte van de breukbelasting indien het beton maatgevend is en een 3- tot 4-voudige zekerheid indien de sterkte van de betonschroefhuls bepalend is. Met de aanduiding “toelaatbare belasting” wordt de toelaatbare belasting voor constructiedoeleinden bedoeld.
De betonschroefhulzen dienen altijd volledig in het beton te worden ingestort.

 

De doorgestoken ankerpen bij de hulstypen 995-A, 1074-A, 1036-A en 1168-A geeft geen
verhoging van de toelaatbare belasting, maar dient als een extra zekerheid bij aanwezigheid van
grindnesten of luchtbelinsluitingen in het beton.

 

De belastbaarheid van de betonschroefhulzen 995-G, 1074-G, 1036-G en 1168-G kan vergroot
worden door het aanbrengen van een U-vormig gebogen anker van voldoende lengte.

 

De VEMO betonschroefhulzen zonder dwarsstaaf mogen niet in de trekzone van het beton worden toegepast, behalve de types 1130 en 1140.

 

 

De betonschroefhulzen vallen o.a. door het ontbreken van een duidelijke verankeringslengte en het niet voldoen aan bepaalde minimale afmetingenseisen, niet onder de berekeningsmethode CUR25 (zie groep boutankers).

 

RAND- EN HARTAFSTANDEN van betonschroefhulzen

 

De maximaal toelaatbare belasting op deze ankers kan worden aangehouden, mits bij trek de randafstand 1.5 x L, bij dwarskracht de randafstand 2.5 x L is, bij trek de hartafstand 3.0 x L en

bij dwarskracht de hartafstand 5.0 x L bedraagt (L = de lengte van het anker).

 

Minimale randafstand: 3 x d met een minimum van 50 mm!

 

Reductiefactoren bij verminderde randafstanden:

 

Bij een verminderde rand- en/of hartafstand moet de toelaatbare belasting gereduceerd worden.

De reductiepercentages moeten zowel bij trek (Nd) als bij dwarskracht (Vd) toegepast worden (zie tabel 1).

 

Voor afschuifbelasting naar de rand gericht kan door het gebruik van wapening de waarde echter weer verhoogd worden. Deze verhoogde waarde mag echter nooit de vermelde toelaatbare belasting overschrijden. De volgende wapening en de daarbij behorende factoren (Y) t.b.v. verhoging dwarskracht zijn van toepassing:

rechte randwapening: Y = 1.2 (zie tabel 1)

netwapening/randwapening en beugels: Y = 1.4 (zie tabel 1)

 

Indien de optredende dwarskracht boven de gereduceerde toelaatbare belasting uitkomt, moet men voldoende wapening in de vorm van haarspelden aanbrengen om deze kracht volledig op te kunnen vangen. Bij een dwarskracht naar de rand gericht moeten de haarspelden boven aan het anker worden geplaatst. Bij dwarskracht van de rand af gericht moeten de haarspelden onder aan het anker worden geplaatst.

Tabel 1

Randafstand

NRd

Randafstand

VRd

Y = 1.2

Y = 1.4

2.5 x L

100%

2.5 x L

100%

100%

100%

2.0 x L

100%

2.0 x L

85%

100%

100%

1.5 x L

100%

1.5 x L

65%

78%

91%

1.0 x L

75%

1.0 x L

40%

48%

56%

0.5 x L

50%

0.5 x L

15%

18%

21%

 

verdiept aangebrachte ankers

De toelaatbare belasting bij de betonschroefhulzen zijn van toepassing voor zowel gescheurd als voor ongescheurd beton en bepaald voor de betonsterkteklasse B25. Voor trek mogen de volgende factoren voor andere betonkwaliteiten worden toegepast:

Betonsterkteklasse B25 B35 B45 B55 B65
Factor 1.00 1.18 1.34 1.48 1.61

 

Indien de hartafstand tussen twee bevestigers kleiner is dan 3 x L kan als volgt te werk worden
gegaan: deel de toegepaste hartafstand door twee en hanteer vervolgens de reductiewaarden zoals deze voor de randafstanden gelden.

,
Indien de voorzijde van het anker verdiept in het beton is aangebracht o.a. middels de flensplaat type 2280, is het wenselijk om een vulling toe te passen zodat de voorspankracht in de bout door het anker wordt opgenomen zonder het beton te belasten.
,